Omschrijving
Het Musée Rodin is het museum van de beeldhouwer Auguste Rodin, in een herenhuis uit de achttiende eeuw met een rozentuin aan de Rue de Varenne, in het 7e arrondissement. In de collectie zitten De Denker, De Kus en De Poorten van de Hel, en de tuin is minstens zo'n attractie als de zalen.
In de tuin, tussen rozen en geschoren hagen, staan de grote bronzen beelden. De Denker zit in gedachten verzonken, De Burgers van Calais lopen hun beproeving tegemoet en de enorme Balzac rijst op in zijn kamerjas. De collectie bevat ook duizenden tekeningen en oude foto's. Achter het herenhuis liggen een kleine vijver en een café onder de bomen.
De onvoltooide Poorten van de Hel, geïnspireerd door Dante, vormen het hart van het verhaal: veel van Rodins bekendste figuren begonnen hier als kleine details van de deur, onder meer De Denker, Ugolino en De Drie Schimmen. In het herenhuis zie je De Kus in marmer en gipsen studies die laten zien hoe hij werkte.
Een andere zaal is van Camille Claudel, zijn leerling, medewerker en minnares, met haar De Rijpe Leeftijd en De Golf. En ook de schilderijen die Rodin verzamelde hangen hier, onder andere Van Goghs Père Tanguy.
Het herenhuis, het Hôtel Biron, werd gebouwd tussen 1727 en 1732. In 1908 wachtte het op een koper en kon iedereen er een kamer huren: Henri Matisse, Jean Cocteau, Isadora Duncan. Ook Clara Westhoff, de vrouw van de dichter Rilke, woonde er, en zij vertelde Rodin erover.
Rodin huurde vier kamers op de begane grond als atelier en had in 1911 het hele gebouw. Daarna deed hij de staat een aanbod: al zijn werken, tekeningen en verzamelingen, op voorwaarde dat het herenhuis zijn museum werd en hij er tot zijn dood mocht blijven wonen.
De overeenkomst werd in 1916 goedgekeurd. Rodin overleed een jaar later en het museum ging in 1919 open voor het publiek.
In de tuin, tussen rozen en geschoren hagen, staan de grote bronzen beelden. De Denker zit in gedachten verzonken, De Burgers van Calais lopen hun beproeving tegemoet en de enorme Balzac rijst op in zijn kamerjas. De collectie bevat ook duizenden tekeningen en oude foto's. Achter het herenhuis liggen een kleine vijver en een café onder de bomen.
De onvoltooide Poorten van de Hel, geïnspireerd door Dante, vormen het hart van het verhaal: veel van Rodins bekendste figuren begonnen hier als kleine details van de deur, onder meer De Denker, Ugolino en De Drie Schimmen. In het herenhuis zie je De Kus in marmer en gipsen studies die laten zien hoe hij werkte.
Een andere zaal is van Camille Claudel, zijn leerling, medewerker en minnares, met haar De Rijpe Leeftijd en De Golf. En ook de schilderijen die Rodin verzamelde hangen hier, onder andere Van Goghs Père Tanguy.
Het herenhuis, het Hôtel Biron, werd gebouwd tussen 1727 en 1732. In 1908 wachtte het op een koper en kon iedereen er een kamer huren: Henri Matisse, Jean Cocteau, Isadora Duncan. Ook Clara Westhoff, de vrouw van de dichter Rilke, woonde er, en zij vertelde Rodin erover.
Rodin huurde vier kamers op de begane grond als atelier en had in 1911 het hele gebouw. Daarna deed hij de staat een aanbod: al zijn werken, tekeningen en verzamelingen, op voorwaarde dat het herenhuis zijn museum werd en hij er tot zijn dood mocht blijven wonen.
De overeenkomst werd in 1916 goedgekeurd. Rodin overleed een jaar later en het museum ging in 1919 open voor het publiek.